Ik realiseer me dit al een tijdje, maar toen ik net de podcast van DAMN, HONEY luisterde merkte ik dat ik graag mijn verhaal wilde vertellen.

Als kind en puber heb ik nooit een sterke kinderwens gevoeld. Misschien had ik een vaag idee dat ik later een gezin zou hebben, omdat dat kennelijk de bedoeling is van volwassen zijn. Nooit heb ik gevoeld dat ik per se moeder zou willen worden.

Toen ik 21 was ontmoette ik mijn man. In dezelfde periode was mijn vader ziek. Ook kwam de diagnose kanker voor mijn moeder. Mijn vader knapte na een aantal zware operaties op. Mijn moeder zou alleen maar zieker worden met de tijd. Het was een stressvolle tijd, zeker in een gezin dat niet over emoties rondom ziekte spreekt (zijn er gezinnen waarin dat wel op een gezonde manier gebeurt eigenlijk?).

Toen de situatie voor mijn moeder uitzichtlozer werd, groeide bij mij de drang om ‘iets’ te doen. Ik moest en zou zwanger worden. Een kinderwens. Een oerdrang. Ik was 24.

Als ik er nu, 16 jaar later op terugkijk, zie ik dat m’n kinderwens gevoed werd door de uitzichtloze situatie thuis. Toen voelde ik alleen de kinderwens.

Vermoedelijk was het niet de kinderwens. De ideeën voor dure cadeaus en spannende uitjes om elkaar op te vrolijken, waren opgeraakt. Ik wilde iets doen om mijn vader verder aan te laten sterken. Iets om mijn moeder gelukkig te maken. Ik wilde iets doen om een glimlach op hun gezichten te zien. Maar heel eerlijk, ik hoopte op een wonder. Een kleinkind zou het noodlot kunnen keren en zij hoefde niet dood te gaan.

Ons kind is geboren met de impliciete boodschap dat hij de boel moet redden. Hij moest het leven weer draaglijk maken en hoop bieden. Ergens voel ik me daar schuldig over. Het is niet niet wat ik ons kind mee wil geven. Al zijn er veel factoren van invloed op een kinderwens, een kind hoort toch 100% gewenst te zijn?

Ik voel me schuldig voor ons kind, dat hij om de verkeerde redenen verwekt is. Naar mijn partner, omdat hij door mijn tussen “oerdrang” naar een kind op dat moment voor het blok werd gezet. Naar mijzelf, omdat mijn leven misschien heel anders had moeten lopen.

Onze baby was de ster ons gezin. Als hij er was, was alles even normaal. Er was geen pijn, geen verdriet en angst. Er was alleen liefde en aandacht voor de baby.

Toen hij een half jaar was, was mijn vader inmiddels opgeknapt en stierf mijn moeder.

Mijn man en ik hebben de jaren hierna verschillende keren gepraat over een tweede kind. Maar nooit hebben we de stap genomen. Altijd waren er dingen, met name voor mij, die op dat moment belangrijker waren. Nooit voelde ik meer die oerdrang die ik kinderwens noemde.

Ik ben inmiddels 41 jaar, moeder van een zoon van bijna 16, samenwonend met de man van mijn leven.

Het is goed zo.